Aëri: Deel 1 Hoofdstuk 4

“Vier goudstukken, anders vlieg je zelf maar.” De man aarzelde. Vier goudstukken was veel, maar het bericht moest absoluut snel bezorgd worden, anders ging zijn concurrent met het voordeel aan de haal. Hij keek nogmaals naar de Aëri. Hij had al eerder met het luchtvolk te maken gehad. Trots volk waarmee het lastig onderhandelen was. Hij had even gedacht dat dit vrouwtje wat eenvoudiger tot een lagere prijs te dwingen was, maar die hoop had hij snel laten varen. Hij wierp een laatste blik op de oranjegele ogen en haalde toen zuchtend zijn beurs tevoorschijn.
“Is het een mondeling of schriftelijke boodschap?” De volle stem leidde hem even af van het verlies van zijn goud. Zijn baas in Santarea zou hem voor deze tip de goudstukken ruimschoots vergoeden. Misschien zou hij zelf mee mogen delen in de winst, naast het algemene tipgeld. “Mondeling.” Zei hij, want hij kon niet schrijven en zijn baas niet lezen. Hij dreunde een paar regels op, er goed op lettend dat er niemand anders mee luisterde. De Aëri herhaalde deze een aantal keer in haar zangerige Gemeenschaps, tot hij eindelijk tevredengesteld knikte. “Twee dagen van nu. Uiterlijk! Dan moet de boodschap in Santarea zijn! Begrijp je dat?” Het wezen knikte alleen maar, de ogen hadden een verre blik en de man begreep dat ze al niet meer naar hem luisterde. Ze draaide zich om en liep weg. De man liet een diepe zucht. Arrogant volk. Lastig om mee zaken te doen. Maar ze waren eervol en deden wat ze beloofden. En deze zou hem door haar snelheid heel wat goud gaan opleveren!

De afgelopen paar dagen waren op ongeveer dezelfde manier verlopen. Ze zou er bijna aan gewend raken, dacht Ilia. Bijna een zevendag geleden was ze in Brassa aangekomen, de boodschap van Keris in haar buidel met zich mee dragend. Toen ze deze afleverde bij zijn relatie had deze zonder een woord te zeggen het bericht gelezen en haar een goudstuk in de had gedrukt. Ze had er naar gestaard, ze had niet durven vragen waarom en was snel vertrokken. Nu wist ze dat dit de helft van de betaling was. Een helft bij het aannemen van de boodschap, de andere bij het afleveren.
Het onderhandelen had haar de eerste paar keer dat ze het zelf probeerde veel moeite gekost. Ze vroeg te veel, waardoor mogelijk opdrachtgevers wegliepen, of te weinig. Het verbaasde haar echter hoe snel ze het onder de knie had gekregen. Ze herkende nu de kleine signalen die haar vertelden hoeveel haast de boodschap echt had, tot hoe ver ze de prijs op kon drijven. Daarbij had ze ook Odins kaarten goed bestudeerd, waardoor ze een betere inschatting kon maken van de tijd die een vlucht in beslag zou nemen. Ze zou als ze nu vertrok al voor zonsopkomst in Santarea kunnen zijn als ze flink door zou vliegen. Niet dat ze dat zou doen. Ze had honger en behoefte aan een goede nachtrust. Haar maag begon luid te rommelen om dit nog eens kracht bij te zetten. Het marktplein waar ze net had onderhandeld begon ook al leeg te lopen en de schemer kroop al over de daken van het kleine dorp.
Brassa was een enorm verschil vergeleken bij het naamloze kampement waar ze eerst logeerden. Huizen gebouwd van de grijze steen die in de noordelijke gebieden zo veel voorkwam en een laag langerekt gebouw gesitueerd langs en over de dampende bronnen domineerden het hele stadje. Het was bijna net zo’n schok als dat de handelsplaats was geweest. Het dorp waar ze nu was –en waarvan de naam haar was ontschoten- was minder groot en miste het opvallende lange gebouw, maar leek verder erg op Brassa, evenals de andere twee dorpen waar ze na Brassa was geweest. Waarschijnlijk zou Santarea niet anders zijn.
Toch genoot ze van de reis. Hoewel ze niet precies wist waar ze zou eindigen, begon ze wel een idee te krijgen welke richting haar gevoel haar op leidde. Steeds verder zuidelijk, naar de Amazon. De weg van de Avonturier. Bij het idee alleen al kon ze een vleug opwinding niet onderdrukken. Toch bleef ze voor alle zekerheid goed naar haar botten luisteren. Zoals ze van Odin had geleerd, ging ze in elke plaats als eerste naar het centrale marktplein. Hoewel hij haar wel verdere tips had gegeven om in contact te komen met opdrachtgevers, had ze die tot nu toe nog niet nodig gehad. Als Aëri was ze direct herkenbaar tussen de kleine en kleurloze Mense en doordat ze doelloos leek rond te hangen werd er al snel aangenomen dat ze beschikbaar was als boodschapper. De eerste keer had ze veel boodschappen afgewezen, zo veel dat ze begon te twijfelen of ze er wel goed aan deed om te vertrouwen op het “zingende” gevoel. Maar vlak voordat de dag eindigde, was het zingen begonnen toe haar werd gevraagd een boodschap naar een zuidwestelijker gelegen dorp te brengen. Toen was alle twijfel weg en de daarop volgende keren had ze het op dezelfde manier aangepakt, Het bijkomende voordeel was dat ze door het aannemen van boodschappen ook flink wat geld verdiende, waardoor ze haar eigen beperkte voorraad niet hoefde aan te spreken om de gasthuizen en haar eten te betalen. En ze hier zelfs zonder deze kosten nog wat aan over. Ze wist nog niet wat ze er mee ging doen, maar waar ze heen zou gaan zou ze er vast ook gebruik van kunnen maken. En zo niet was het alvast een mooi begin voor de aankoop van de winterse houtvoorraad. Deze vier goudstukken deden haar voorraad snel groeien. De man was vast bijna wanhopig geweest, anders had ze nooit zoveel kunnen vragen voor zo’n klein stukje vliegen. Ach, wat maakte het haar uit, zij kon er weer goed van eten.

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!