Aëri: Deel 2 Hoofdstuk 4

"Waar moeten we nu weer heen?" Ilia negeerde de vraag van Eden. Ze sloot de deur van hun onderkomen voor de nacht –een klein gasthuis aan de buitenrand van eht dorpje- en gooide de vier gouden munten op tafel. Zowel Eden als Odin, die beide aan de tafel zaten, staarden naar het geld. "Zo ver dus?" Merkte Odin op. Ilia grinnikte. "Nee, alleen heel dringend. Santarea. We hoeven morgen pas weg."
Ze had nooit verwacht dat Odin zou beslissen om met aar mee te reizen. Toen ze was teruggekeerd naar het kamp was ze buiten de tent in slaap gevallen. Nog voor de zon op was, was ze wakker geworden toen een van de Oci opstond en hun vuurtje oppookte. Ze kon het niet goed zien vanuit haar verborgen hoekje, maar de kalme beheerste bewegingen deden haar vermoeden dat het de koperkleurige was. Even had ze getwijfeld over haar besluit om haar Wildtocht af te breken. Ze wilde ze Oce beter leren kennen, ze wilde weten of er meer van dit soort fascinerende wezens rondliepen. Ze zuchtte, waardoor ze even de aandacht trok van de figuur in het naastgelegen kamp. Ach, misschien zou ze de kans nog wel eens krijgen, nadat ze haar belofte had ingelost.
Niet veel later was Odin de tent uit gekomen, bijna direct gevolgd door Eden. De laatste had een excuus gemompeld. Ilia had het excuus met een hoofdknik geaccepteerd, hoewel ze wist dat hij het niet meende. Toen had ze hen van haar besluit op de hoogte gebracht. Ze vertelde ook de aanleiding, het zingen in haar botten en haar belofte. Ze wist niet waarom, ze had het gevoel dat het belangrijk was dat ze wisten waarom ze het deed, dat het geen minachting was tegenover de gebruiken van haar volk. Ze wist dat de meeste Aëri dit toch wel zouden denken, maar ze wilde dat tenminste iemand, naast haar ouders, beter zou weten.
Eden luisterde met een blik van groeiende minachting en lief af en toe gesnuif horen. Ilia negeerde hem, maar bleef strak naar Odin kijken. Hij zei niks, luisterde alleen maar. Hij bleef lang stil na haar verhaal. Diep in gedachten verzonken.
"We gaan mee." Het oordeel van Odin viel heel anders uit dan ze verwacht had. Zoals ook Eden verwacht had. "Wat?!" Odin herhaalde het nogmaals, nog stelliger deze keer. "We gaan mee." Hij keek Eden aan. "Tenminste, ík ga mee. Als jij besluit dat je niet mee wilt, raad ik aan dat je direct weer terug naar de eilanden gaat. Het is niet verstandig om alleen het vasteland rond te reizen als je nog zo weinig ervaring hebt." De stilte was om te snijden. Eden staarde hem aan met open mond. Even leek het alsof hij iets wilde zeggen, toen sloot hij zijn mond, draaide zich om en liep weg. Odin staarde hem na. "Hij komt wel weer terug," zuchtte hij. "hij gaat niet naar huis. Niet zonder mij." Hij legde zijn hand op Ilia’s schouder. "Laat hem maar. Je hebt gelijk. Ik heb niet alles meegekregen van wat er gebeurde rondom je Eerste Vlucht, maar wel dat het geen normale gebeurtenis was. Je vader heeft me ook een aantal dingen verteld." Dat had ze niet verwacht, haar stille, bedachtzame vader had Odin in vertrouwen genomen. Odin vervolgde: "De afgelopen paar jaar is er wat veranderd. Vooral bij het Mense-ras, maar de hele wereld voelt de gevolgen. Wie anders bij de Aëri dan een handelaar merkt dat op? Daarom kwam je vader naar mij." Ilia keek hem nieuwsgierig aan. Ze had niks vreemds gemerkt, maar haar ervaring met de wereld was natuurlijk een stuk minder. Maar Odin leek niet geneigd meer te vertellen en begon in plaats daarvan regelingen te treffen voor hun reis. Eden was laat in de avond pas teruggekomen. En hoewel hij verder niks wilde zeggen, stond hij de volgende ochtend klaar om te vertrekken naar Brassa.

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!