Eetster van herinneringen: De eerste zus

Deel 1: Miranda

“Dus je kan er voor zorgen dat ik altijd jong blijf?” Een verwachtingsvolle stilte volgde. Het antwoord was natuurlijk Nee, maar dat zou ik haar nooit vertellen. “Misschien.” Antwoordde ik. Ik bestudeerde haar nog eens goed. Geduldig bleef ze zitten, terwijl ik mijn ogen over haar gezicht liet dwalen. Ze zag er jong uit, zonder twijfel, maar ik zag de vage sporen van plastische chirurgie. Het was absoluut geslaagd, ze zag er schitterend uit, maar ze was bij lange na niet zo jong als dat ze leek, als dat ze zich voordeed. En ik schatte haar veel te oud voor mijn doeleinden.
“Geef me je handen eens.” Ze stak gehoorzaam haar handen uit en legde ze in de mijne. Onmiddellijk wist ik dat ik me niet vergist had, ze was ergens midden vijftig. Zelfs al had ik niet mijn gave – of vloek – gehad, had ik dat kunnen raden aan de levervlekken op haar gerimpelde handen.

Ik zuchtte onwillekeurig. Ik verlangde eigenlijk nooit terug naar vroeger, van alle eeuwen waarin ik had geleefd was dit verreweg de meest comfortabele, maar technologie, en dan vooral medische technologie, maakte het steeds omslachtiger om snel een geschikt nieuw leven te vinden.
Deze vrouw, Miranda heette ze geloof ik, had gereageerd op mijn advertentie waarin ik proefpersonen zocht voor een revolutionair anti-aging middel. De advertentie had gespecificeerd dat het jonge vrouwen moesten zijn, maximaal 30 jaar oud, en gezond. Maar het heersende schoonheidsideaal maakte vooral oudere vrouwen onzeker en juist van die vrouwen kreeg ik veel reacties. Na mijn volgende leven zou ik een nieuwe manier moeten zoeken om ‘vrijwilligers’ aan te trekken.

Miranda ging even verzitten op haar stoel. Ik wist wat ze nu voelde. Ik kon het me herinneren van mijn vorige vrijwilligers, zelf had ik het nooit ervaren. Mensen raakten altijd gedesoriënteerd als ik door hun herinneringen bladerde.
Dat was mij gave. Door mensen aan te raken kon ik hun herinneringen lezen. Niet hun gedachten op het moment zelf, ik ben geen telepaat, maar wel alles wat ze ooit gedacht hadden en wat ze hadden opgeslagen. Herinneringen zijn onvolledig natuurlijk, en gekleurd door de persoon zelf, en soms moest ik flink graven voor specifieke dingen, maar als ik besloot het leven van iemand over te nemen, kwamen de details –de ware details- altijd mee.

Miranda was misschien niet de juiste vrijwilliger, maar ze had een mooie jonge dochter. Dat zegt natuurlijk niet alles, dat had ik van mijn huidige lichaam wel geleerd. Op het eerste gezicht had ze een gezonde meid geleken en de perfecte opvolging van het in verval rakende leven dat ik op dat moment had bezeten. Ik was stervende, om precies te zijn, ik had haast en had me niet echt bezig gehouden met de details. Maar op het moment dat haar herinneringen hun plek veroverden tussen de miljoenen die er al zaten en haar energie overging naar mijn lichaam – haar eigen lichaam als verdord omhulsel achterlatend op de straatstenen -, wist ik het.

In horrorfilms zie je altijd dat het monster levensenergie steelt van zijn slachtoffer en er zelf mooier of jonger wordt, maar nog volledig zichzelf blijft. Dat is natuurlijk niet zo. Levensenergie is krachtig, verjongend, dat zeker, maar ook individueel. Het was dus niet vreemd dat ik mijn lichaam voelde veranderen, mijn organen voelde verschuiven of mijn perspectief zag veranderen. Wat me deed beseffen dat mijn nieuwe lichaam niet gezond was, was de plotselinge klont weefsel in mijn hoofd, die me onmiddellijk een verschrikkelijke hoofdpijn gaf. Ze was al ter dood veroordeeld. Ze had het niet geweten, dus ik had het niet direct in haar gedachten kunnen lezen, maar ze had het wel vermoed. Dat kon niet anders met deze hoofdpijn. Maar wat ik zei, ik had haast en ging niet diep genoeg, dus ik had dat vermoeden over het hoofd gezien.
En zo kwam het dat ik nu, nog geen week later, in dezelfde situatie zat, wanhopig op zoek naar een nieuw, gezond, leven.

Ik liet Miranda’s handen los en gaf haar de kans even tot zichzelf te komen. “En? Wat denkt u?” Ik deed alsof haar nog een laatste keer bekeek, bedachtzaam tegen mijn kin tikkend. Ah, die hoofdpijn, zo lastig om te concentreren. “Ik ben er niet zeker van. Ik ben bang dat u al te laat ben om de veroudering tegen te houden. Het spijt me.” Ze hapte naar adem. “Maar u bent er niet zeker van? U wijst me af terwijl u het niet zeker weet! Alstublieft!” Ik wist dat dit haar reactie zou zijn. Mensen zijn zo voorspelbaar. Ik twijfelde nog. Ik kon haar laten gaan. Hopen dat de volgende kandidaat zich op korte termijn zou aandienen, en ook geschikt zou zijn. Maar zelfs een paar dagen langer zou ik niet uithouden.
Natuurlijk, als de nood hoog was kon ik altijd met geweld een leven nemen of ervoor kiezen om als man door het leven te gaan. Maar als ik met geweld overging naar een nieuw leven was ik altijd zeker een aantal maanden volledig van slag. Het is namelijk waar wat ze zeggen, dat als je sterft je leven aan je voorbij trekt, en dat zorgt er voor dat ik de herinneringen in een complete chaos overneem. En als man… ik heb het geprobeerd natuurlijk. Maar ik ben als vrouw geboren en hoe lang geleden dat ook moge zijn, ik voel me het prettigst in en vrouwenlichaam.
Ik besloot dat haar dochter mijn beste kans was.

Ik rommelde voor de vorm even met de vragenlijst die ik haar had in laten vullen. “U heeft een dochter begrijp ik?” Ze knikte. “Kunt u haar morgen, of misschien zelfs vanmiddag, meenemen? Zo kan ik beter zien hoe uw huid verouderd. Door de plastische chirurgie is dat nu lastig te zien en ik heb de ervaring dat kinderen vaak eenzelfde soort huid als hun ouders hebben.” Ik heb geen idee of dit waar is, maar spreek onzin terwijl je een witte doktersjas draagt en zeker de wanhopigen eten uit je hand.
Haar ogen begonnen te stralen. “Oh, als dat zou kunnen?” Ik knikte. Ze had al een zilverkleurig mobieltje uit haar handtas gehaald en een nummer ingetoetst. Na een paar keer overgaan kreeg ze iemand aan de lijn, ze begon direct druk te praten.

Ik greep het moment aan om me even terug te trekken. Niet alleen de hoofdpijn zat me dwars. Ik was moe. Moe van alle herinneringen die niet van mij waren. Hoe langer ik leefde hoe meer ik in de war raakte, ik begon de herinneringen uit vorig levens door de war te halen met die van mijn huidige leven, ik kon er alleen nog met veel moeite onderscheid van maken. Alleen mijn eigen leven was nog enigszins helder. Mijn echte, eerste leven. Het leven waar ik in geboren was. Dat was mijn enige houvast, als ik zelfs dat zou verliezen zou ik het laatste stukje van mezelf kwijt zijn. Juist dat ene stukje gaf me elke keer de reden om door te leven. De herinnering aan mijn tweelingzus, mijn moeder. Ze hadden hun leven gegeven voor mij, ik was het aan ze verplicht om door te leven. Dat moest ik onthouden. Maar het werd zo moeilijk.

“Dokter?” Ik had de indruk dat ze het al eerder had gezegd. Ze klonk aarzelend, iets in mijn uitdrukking had haar onzeker gemaakt. Met moeite dwong ik mijn lippen tot een glimlach. “Marie kan vanmiddag hier zijn.” Marie. Dus zo zou ik gaan heten. Dat beviel me wel. Miranda vervolgde: “Is het een probleem als ik er zelf niet bij kan zijn? Ik heb eigenlijk alleen de ochtend vrij gekregen.” Ik verzekerde haar dat dat helemaal geen probleem was. Hoe kon ik anders? Het was perfect.

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!