Eetster van herinneringen: De eerste zus

Deel 2: Marie

De wekker rukte me uit mijn nachtmerries, terug de werkelijkheid in. Maar wat was de werkelijkheid? Ik probeerde tot mezelf te komen. Elke nacht leek moeilijker te zijn, elke nachtmerrie afschuwelijker, elke ochtend moeilijker om alles op een rijtje te zetten. Zelfs de slaappillen die ik nu gebruikte om ondanks de pijn te kunnen slapen gaven me geen verlichting. Dus zo voelde het om langzaam gek te worden en er niks tegen te kunnen doen. Maar dat gevoel zakte weg, uiteindelijk, om plaats te maken voor berusting, die eeuwige berusting. Over nog geen uur zou Marie voor de deur staan en zou ik weer een nieuwe kans krijgen.
Ondanks mezelf zuchtte ik. Ik kon mezelf niet meer wijsmaken dat ik dankbaar was voor een nieuwe kans, nu niet meer. Want eigenlijk was het geen nieuwe kans. Ja, mijn lichaam leefde voort, maar als het voorleeft in de vorm van dat van iemand anders, is het dan nog wel mijn lichaam? Als ik het leven leid zoals de ander dat zou hebben geleefd, is dan wel mijn leven? Ik begon steeds meer te denken van niet. En dat maakte mijn bestaan des te meer zinloos.

Marie was in werkelijkheid minder mooi dan in de gedachten van Miranda. Ik had niet anders verwacht, de meeste moeders vonden hun kinderen de mooiste die er waren. Toch zag ze er niet slecht uit: wilde zwarte krullen, een mooie gave huid, bijzondere grijze ogen. “Sorry dat ik wat later ben.” Haar stem was zacht maar helder. “Mama heeft me uitgelegd waarom u wilde dat ik langskwam, maar ik begrijp het niet helemaal.”
Ik nam haar jas aan en wees haar naar de bank waar ik net nog op had liggen slapen. “Neem plaats, dan leg ik het even uit. Wil je wat drinken?” Ze schudde haar hoofd, dus haalde ik alleen een groot glas water voor mezelf. Ik zou achteraf dorst hebben. Ze schrok op van het geluid dat mijn glas maakte op de glazen tafel. Ik zag aan de blosjes op haar wangen dat ze zich betrapt voelde, dat ze zo onbeschaamd rondkeek. Ik kon het haar niet kwalijk nemen. Hoewel de hotelkamer baadde in luxe, was hij kil en onpersoonlijk. Het paste niet bij de jonge vrouw wiens uiterlijk ik droeg en dat maakte mijn bezoekster ongemakkelijk.
Ik ging op de stoel naast de bank zitten. Niet meteen te dichtbij, mensen werden daar zenuwachtig van. “Dank je wel dat je gekomen bent. Ik had je liever in mijn kantoor ontvangen, maar het hele gebouw, inclusief mijn woning,” voegde ik er zuchtend aan toe, “wordt gerenoveerd. Tot ze daarmee klaar zijn moet ik behelpen met een hotelkamer.” Marie’s schouders ontspanden. Zo, dat obstakel was alvast uit de weg geruimd.
Een glimlach liet zich niet tegenhouden. Hoe ik ook opzag tegen nog meer verwarring in mijn hoofd, het daadwerkelijke moment van de uitwisseling was heerlijk, overweldigend en nu het bijna zover was, kon ik niet anders dan me verheugen.

Mijn opgetogenheid sloeg over op de jonge vrouw op de bank, ze ging wat makkelijker zitten en keek me vol vertrouwen aan. Ik legde nogmaals uit waarom ik wilde dat ze langs was gekomen, dat ik haar huid goed wilde bekijken zodat ik een oordeel kon vormen over de veroudering bij die van haar moeder. Ze knikte. Haar houding veranderde niet toen ik naast haar kwam zitten, ze deinsde niet terug, de blik in haar ogen was open en welwillend. Ze geloofde me, net zoals haar moeder had gedaan.

Ik bekeek haar gezicht goed, prentte elk detail in mijn hoofd zodat ik minder moest wennen wanneer ik mezelf zo in de spiegel zou zien. Toen pakte ik haar handen. Ze schrok even van het onverwachte contact. Ik wachtte tot haar hartslag wat gekalmeerd was en ging toen haar hoofd in.
Ik begon zo vroeg mogelijk, bij die beperkte herinneringen die er nog van haar vroege jeugd waren en werkte zo mijn weg naar het heden toe. Chronologisch, dat werkte altijd het best. Niet dat ik daar na de eerste paar herinneringen nog bewust aan dacht. Want met de gedachten stroomden ook het leven mijn kant op, heerlijk, sprankelend, vernieuwend leven wat zich als een vuur door al mijn cellen verspreidde.
Het hele proces duurde nog geen minuut en liet me hijgend, extatisch achter. Ze was gezond geweest. Oh ja, gezond, sterk, vol van leven. Terwijl ik nog natrilde opende ik langzaam mijn ogen. Langzaam omdat het een desoriënterende ervaring was. Ze was groter geweest dan mijn vorige gestalte, dus het perspectief wat ik gewend was, was verdwenen. Langzaam omdat ik het aanblik wat nu volgde nauwelijks kon verdragen. Ik wist wat ik zou zien en wat daarna zou volgen en dat probeerde ik zo lang mogelijk uit te stellen. Maar ik moest het zien, zoals altijd dwong ik mezelf de consequenties van mijn eeuwige leven onder ogen te zien.

Een mummie staarde me aan. Het was niet anders te omschrijven. Verschrompeld, perkamentachtig, een leren huis over een broos skelet. Lege ogen die me beschuldigend aanstaarden. Ik haalde het net op tijd naar het toilet, al struikelend door mijn te lange benen en te grote voeten, waar mijn gal het glanzend witte porselein bevuilde.

“Sorry mam, ze zegt dat ze niks meer voor je kan doen.” Miranda begon te huilen, het telefoonnummer van die briljante arts te draaien. Ze zou geen gehoor krijgen. Ik zou haar steunen, als de dochter die ik voor haar was en over een paar dagen zou ik het kleine krantenberichtje lezen over het lijk dat in de vuilcontainer van het hotel was gevonden. Weer een onopgeloste moordzaak. Alleen ik zou het weten.

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!