Inktogether H1 - 02

Niemand zag me de aktetas legen, de inhoud overhevelend in mijn rugzak. Al dat geld. Ik wist het. Ik zou moeten blijven tot de politie was gekomen, de aktetas moeten afgeven. Maar eerlijk gezegd was dat absoluut niet wat ik dacht toen ik de stapels biljetten uit de tas in mijn rugzak propte. Eigenlijk dacht ik niks, het zien van zoveel geld had meteen een graai-reflex tot gevolg gehad, compleet automatisme. Een klein gedeelte van mijn hersenen registreerde wel de opgedroogde bloedspetters die de hele binnenzijde van de tas bedekten, maar ik kwam pas tot mijn positieven toen ik het pistool tegenkwam wat op de bodem lag. Misschien was het wel gevaarlijk wat ik deed. Maar helemaal doordringen deed die gedachte blijkbaar niet, want ook het pistool ging mee in de rugzak.

De groep jongens was weg toen ik de wachtruimte uit kwam. Verrassend veel mensen vormden een kring rond het nu stille lichaam van de vreemde man. Je zou gedacht hebben dat er midden in de nacht niet veel mensen op straat zouden zijn, maar rampspoed, in wat voor vorm dan ook, trekt altijd veel bekijks. Ik probeerde niet te kijken. Ik schaamde me. In plaats van te helpen had ik de man bestolen, ik had het recht niet om te kijken. En toch…. Mijn ogen dwaalden naar het centrum van de kring, alsof ze een eigen wil hadden.
Zijn gestalte was nu, zo stilliggend en opgerold, nog grotesker dan eerst. Bloed over die enorme kin, de kleine ogen nauwelijks nog zichtbaar in het opgezwollen gezicht. En toch zag ik dat hij naar me keek. Dat hij me zág. Hij was nog niet dood. Het scheelde misschien weinig, maar hij leefde nog. En hij had me gezien.
Even werd ik bang. Maar die man zou het toch niet overleven, niemand zou ooit te weten komen wat er met het geld gebeurd was, dacht ik. Schaamte overspoelde me. Een klein stemmetje in mijn hoofd vertelde me dat ik nu nog terug kon, dat ik nu nog de juiste beslissing kon nemen. Toen dacht ik aan mijn moeder, in haar ziekenhuisbed in de woonkamer en aan het gezicht van mijn zus, uitgeput door het zorgen voor mam. Ik dacht aan de boodschappen die ik vandaag voor ze gedaan had, de rekeningen en de huur die ik voor ze betaald had en aan mijn eigen bankrekening, diep in de rode cijfers. Ik drukte het stemmetje met grof geweld weg, dwong mijn ogen weg van de borende blik van de man en liep toen resoluut naar de uitgang van het station. Daar dumpte ik de aktetas in een vuilnisbak.

De weg naar mijn appartementje was kort en donker. Er was al vaak over geklaagd door de buurt, het was té donker en mensen voelden zich onveilig. Ik had daar nooit last van gehad. Nu liep ik snel naar huis, oren gespitst voor elk geluidje en af en toe schichtige blikken om me heen werpend. Ik kon me niet aan het gevoel onttrekken dat ik gevolgd werd. Zeker twee keer meende ik vlugge passen achter me te horen, maar toen ik stilstond om achter me te kijken hoorde ik niks meer en achter me was niks te zien. De rugzak woog als lood. Het laatste stuk rende ik bijna.
Eenmaal in het trappenhuis verliet een zucht van verlichting mijn lippen. Wie er ook achter me had gelopen, áls er al iemand achter me had gelopen, die kon me nu niet meer zien. Toch deed ik niet meteen het licht aan toen ik mijn woonkamer binnenkwam. Ik liep meteen door naar het raam, de rugzak nog steeds op mijn rug, en gluurde door de half openstaande lamellen. Op de straathoek, achter de gezamenlijke container, stond een gestalte. Een klein figuurtje met een hip uitziend hoedje en een telefoon aan haar oor.

-----
Ingezonden eind februari 2010 voor het Inktogether vervolgverhaal Hoofdstuk 1 - 02. 1e plaats behaald! Een boekenbon van 15 euro, een plaatsje in het e-book en kans op meer prijzen :)

Voor het volledige verhaal, zie http://www.inktogether.nl/verhaal/.

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!