Aëri: Deel 6 Hoofdstuk 4

Toch kon ze het niet laten om af en toe naar het kamp van de bronzen Oci te gluren. Degene die haar had aangestoten zat nu bij het kampvuur, zij rossige hoofd naar haar gekeerd. Terwijl ze keek, keerde hij terug naar de koperen en haalde zijn schouders op. De koperen reageerde niet. Hij keek bedachtzaam naar Ilia. Ze werd er zenuwachtig van en probeerde zijn blik te vermijden. Haar lichaam brandde als vuur. In recordtijd had ze de tent opgezet en waar ze normaal gesproken de tent zoveel mogelijk probeerde te vermijden was ze nu blij met de beschutting ervan.
Maar haar opluchting duurde niet lang. Het kamp was opgezet, ze hadden gegeten. Het was tijd voor het verhaal.
Lange tijd was het stil rond het kleine vuurtje. Het was zo warm dat het niet nodig was om de temperatuur te verbeteren en vanwege het nachtzicht van de Aëri ook overbodig om beter te kunnen zien, maar Ilia was blij met de hallas die erboven hing te pruttelen en het huiselijke gevoel dat het knapperende hout haar gaf. Het leek de koude angst die om Odin heen hing dragelijker te maken. Een angst die hoe langer de stilte duurde haar steeds benauwder maakte. Haar ogen schoten nog even langs het Oci kamp, maar daar besteedden ze geen aandacht aan het bedrukte groepje. Ze zaten met hun rug naar haar toe, druk discussiërend en gebarend naar een uitgerold stuk leer dat voor ze lag. Een kaart?
Eden tikte haar aan en toe ze hem aankeek zag ze de frons tussen zijn ogen. Ze dacht eerst dat hij haar stiekeme blik had opgemerkt, maar toen besefte ze dat zijn bezorgde blik op Odin was gericht. Toen pas zag ze dat Odin diep in gedachten verzonken in de vlammetjes staarde, zachtjes met zijn hoofd schuddend. “Odin.” Zei ze. Ze moest het herhalen voor ze zijn aandacht had. Ze durfde het bijna niet te vragen. “Het verhaal?”
“Ja. Het verhaal.” Het kwam eruit als een lange zucht. “Vandaag niet het verhaal van de Avonturier. Vandaag een voorspelling die eeuwen geleden door een van onze zieners gedaan is.” Ilia keek hem strak aan. “Een voorspelling?” onderbrak ze hem. “Zouden we daar niet al iets over gehoord moeten hebben van de geschiedverhalers?” Odin maakte een geïrriteerd geluid bij de onderbreking. Ilia had er direct spijt van. Hij was duidelijk niet in de stemming om haar nieuwsgierigheid te tollereren. Ze sloeg haar ogen neer. “Sorry. Ga alsjeblieft verder.” “Dank je.” Het sarcasme was niet te missen. “Deze voorspelling ging niet specifiek over de Aëri en werd gedaan tegen een handelaar die de ziener haar spleetmos kwam brengen. Ze snoof de geur op, draaide haar ogen weg en greep hem was. “De aarde zal vergaan. Zij zal ze tot zich roepen en door groen en grijs en brandend rood zullen zij moeten luisteren anders is alles verloren.” De handelaar vertelde dit aan de gemeenschapsraad, maar de voorspelling werd afgedaan als een vage droom van een dementerende zieneres. De handelaar, we hebben geen idee meer wie zijn naam was, geloofde de oude vrouw, zijn moeder. Hij vertelde het verhaal door aan zijn zoon, die het weer door verhaalde aan de volgende handelaren. Nu is het een verhaal wat alleen bekend is onder de reizigers. Hoeveel er echt van waar is weet ik niet. Na al die tijd van overlevering kan het langzaam maar zeker veranderd zijn. Maar al die voortekenen rondom jou, Ilia…” Zijn stem dwaalde af. “De lange winters die we hebben. De droogte waar de kustgebieden de laatste jaren mee te maken hebben. Ik hoor verhalen over de binnenlanden van de Mense, waar de aarde barst en vuurspuwt. Het kan haast geen toeval zijn. Ik denk dat de voospelling uitkomt. En dat jij, Ilia, één van degenen bent die geroepen wordt.”
Een doodse stilte daalde neer. Het was intussen donker geworden en het geroezemoes va het kamp was verstild. Ook het kamp van de Oci was leeg, het vuur gedoofd tot wat gloeiende sintels.
“ “Door groen en grijs en brandend rood” Door brandend rood?!” Begrip daagde in Edens ogen. “Moeten we dat oversteken?” Hij wees naar de plek waar de bomen het verschrikkelijke uitzicht op de Amazon verborgen. Zijn stel klonk schril. Maar hij vroeg het niet aan Odin. Hij keek naar Ilia. Ze durfde hem niet aan te kijken, de naakte paniek in zijn ogen maakte haar misselijk. “Ilia?” Hij klonk bijna smekend. Met tegenzin keek ze hem aan. Hij zag het in haar ogen, ze was net zo bang voor het vooruitzicht. Maar ze kon niet anders. Ze wist het al toen ze de rode vlakte voor het eerst zag. “Het wijst me er naartoe Eden.” Ze fluisterde het bijna. “Ik voel het roepen in mijn botten.” Eden vloekte eenmaal. Hard. Niks voor Eden, maar Ilia vermoede dat hij anders in huilen uit was gebarsten. En dat was helemaal onacceptabel. De rode vlakte boezemde hem een bijna onredelijke angst in. “Wie roept je dan? Ik geloof mijn vader. Ik vertrouw op zijn oordeel en volg hem als hij dat nodig vind. Maar ik kan dat… dat… ding niet oversteken… niet met al die vage informatie! Waarom? Wie roept je?!” Hij was opgestaan en ijsbeerde geheel onkarakteristiek voor Ilia heen en weer. Na een tijdje, toe Ilia geen antwoord gaf, zonk hij met een zucht weer neer op zijn plek, zij geagiteerdheid verdwenen als sneeuw voor de zon. In plaats daarvan leek hij uitgeblust en leeggelopen. Ilia kon hem geen antwoord geven. Ze had geen antwoorden, ze wist het zelf ook niet. In plaats daarvan volgde ze haar gevoel.
 Ze had het nooit gedaan als ze thuis waren, het protocol had het nooit toegestaan. Zelfs een paar weken geleden had ze zich niet kunnen voorstellen dat ze dit zou doen, maar er was veel veranderd. Ze omhelsde hem. En hij liet het toe. Ze bleven nog lang zo zitten tot ze een voor een opstonden en zich terugtrokken in de tent. Ilia lag nog lang waker, luisterend naar de ijle wind die door het kamp trok en zich aanpaste aan het trillen in haar botten.

 Het duurde twee dagen voordat Odin een karavaan had gevonden die de Woestenij over zou steken en die bereid was om de drie reizigers mee te nemen. Vooral Ilia, of eigenlijk Ilia’s uiterlijk, bleek moeilijkheden te veroorzaken. Ilia weigerde eerst, natuurlijk, maar alleen de Ka-achli zouden op korte termijn vertrekken en deze zouden geen ongeklede vrouw in hun midden toelaten. Als ze zich volgens hun gebruiken zou kleden –en met de expliciete eis dat ‘de vrouw’ hun regels zou volgen- zouden ze over een halve zevendag vertrekken. Ilia weigerde. Ze zag de blikken nog voor zich waarmee de onderworpen vrouwen van de Ka-achli de wereld bekeken en de rillingen liepen langs haar rug. “Kunnen we niet gewoon vliegen Odin? Dat gaat veel sneller.” Odin schudde zijn hoofd. “De Woestenij is zo uitgebreid dat we er zelfs vliegend meerdere dagen over zouden doen. In die hitte? We zouden na een halve dag vliegen in die volle zon al zijn uitgedroogd. Het is een gevaarlijke plek, niet alleen vanwege het klimaat. Er woedden heftige stammenoorlogen. De Ka-achli zijn nomaden. De Woestenij is hun thuis. We maken de beste kans met hun.” Ilia sputterde nog wat tegen. “Ilia, wees redelijk. We hebben geen andere keus.” Dus stemde ze toe. Ze beloofde Odin zich in te houden. “Zweer het Ilia. Het is een hard volk, compleet tegengesteld aan wat jij kent. Beloof het me!” Ze beloofde het.

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!