Hammie de Hoofdeloze Hamster: Proloog

Hij stond voor het raam in de woonkamer. Hij zag niet wat er zich buiten afspeelde, maar bij voelde de kou die van het raam afsloeg en de vochtigheid die in de lucht hing. Hij hoorde, zover hij iets kón horen boven de geluiden uit die zijn lichaam maakte, de regendruppels die tegen het raam aansloegen. Geen kinderen die buiten speelden, geen stelletjes die flirtend en giechelend door het park voor zijn huisje langs liepen, zoals ze zo vaak deden op mooie dagen. Behalve de regen was het stil buiten. Perfect. Een perfecte dag om er een einde aan te maken.

Hij schuifelde op de tast naar de eetkamertafel in het midden van de keuken. Nog heel even stond hij daar, voelde de nerf van het hout. Tja, dacht hij, dat was het enige wat hij kon doen. Hij had eens luisterboeken van de bibliotheek geleend –die waren ze langs komen brengen als extra service-. Hij had ze kunnen luisteren op de enige manier waarbij hij nog iets goed kon horen: Door oordopjes in zijn enige bestaande lichaamsopening te plaatsten. Het was niet comfortabel, of hygiënisch wat dat betreft, maar het is behelpen wanneer je geen oren hebt. Heel even waren die boeken nog een klein lichtpuntje geweest in zijn leven, hij was toen nog jong, nog maar 5 maanden. Nu was hij iets meer dan een jaar oud, al ruim van middelbare leeftijd voor de gemiddelde hamster, en de lichtpuntjes waren uit zijn leven verdwenen. Maar hij herinnerde zich de verhalen nog die ze vertelden. Avonturen, romantische ontmoetingen… en ook dramatische eindes. Dan werd er beschreven hoe de held nog eenmaal naar het gezicht van zijn geliefde keek, met zijn ogen gesloten het geluid van de wereld in zich opnamen en een laatste ademtocht nam en toen dapper zijn eind tegemoet ging. Hammie had geen geliefde, kon niets zien en nauwelijks horen en ademhalen was juist een van de dingen in zijn leven die hij het ergste vond. Maar hij kon dapper zijn einde tegemoet gaan. Dat wel.

Zonder aarzeling klauterde hij de tafel op en tastte naar het touw dat hij met moeite had weten vast te knopen aan de spotjes in het plafond. De spotjes zaten goed vast, dat had hij getest, en het was een goed sterk touw. Met trillende pootjes knoopte hij het touw rond zijn staartje, zo ver mogelijk naar boven, zodat de opening volledig zou worden afgesloten en zijn adem zou worden afgesloten. Hij had berekend dat als hij van de tafel zou springen dat de afstand tot de grond groot genoeg zou zijn en hij niet op de grond terecht zou komen. Dat was het enige voordeel van het missen van een hoofd, hij was een stuk kleiner dan normaal.

Hij haalde nog één keer adem, de nare lucht drong nog eenmaal in zijn longen, en toen nam hij zonder aarzelen een duik van de tafel af. Hij had het goed berekend, het touw sloot zich direct strak rond zijn staartje. Plotseling kreeg hij het gevoel dat hij viel en toen dacht hij helemaal niks meer.

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!