Een mooie dag

Ik sluit mijn ogen. De wind streelt mijn gezicht en mijn haren wapperen achter me aan. Dan beweeg ik naar achteren. De donkere strengen vliegen terug mijn gezicht in, zorgen ervoor dat ik niks zie als ik mijn ogen weer open doen. En weer naar voren. Steeds hoger en hoger. Ik lach hardop, het is zo lang geleden dat ik heb geschommeld, lijkt het. Waarschijnlijk was het nog vorige week op het schoolplein, maar in mijn zes-jarige geest lijkt dat al een eeuwigheid geleden.
Ik voel de handen van mijn broer die me duwen, steeds harder, tot hij in mijn oor lacht: "Ik kan niet meer Lianne!" Toch blijft hij doorduwen. De geur van pasgemaaid gras vult de lucht, ondanks de late zomerzon krijg ik kippenvel op mijn benen. "Nu! Springen!" Ik blijf zitten. Ik durf niet. Straks val ik, of kom ik verkeerd terecht. Het moment gaat voorbij en ik zwiep weer naar achter. Marco blijft duwen. “Kom op Lianne, je kan het wel!” Hij gelooft in mij. Ik vertrouw op hem. Dus op het hoogste punt schuif ik van het zitje af. Even lijk ik te zweven.
Ik rol over de grond, bijna de bosjes in. Geen schoonheidsprijs voor deze landing. Marco komt naar me toelopen. "En?" vraag ik. "Ik was verder he?" Ik zie het al aan zijn gezicht. Ik steek mijn tong uit. "Ik sprong lekker verder! Zie je wel!" En nog terwijl ik overeind krabbel, duikt hij op me en begint me te kietelen. Ik gier het uit van het lachen. Hijgend en giechelend laat hij zich naast me vallen, zonder zich te bekommeren om de groene vlekken die hij daardoor in zijn nieuwe shirt krijgt. Mama zal boos op hem worden, hij is al tien, hij mag zijn kleren niet meer vies maken. Het lijkt hem niet uit te maken, want hij blijft gewoon liggen.
We liggen daar nog lang, in het gras. Pas als het donker wordt en mama roept ons naar binnen, staan we met tegenzin op. Hand in hand lopen we naar huis. Mijn broer, mijn beste vriend.

Een dun straaltje zon prikt in mijn linkeroog. Daardoor besef ik dat ik net gedroomd heb. Dat kon ook niet anders, mijn broer is er al jaren niet meer. Ik rek me uit, probeer dat heerlijke gevoel van kind zijn -van bij mijn broer zijn- nog even vast te houden. Uiteindelijk kan ik het niet langer uitstellen en glij ik tussen de lakens vandaan. Als ik de gordijnen open, blijkt de straat te baden in het zonlicht. De rode en gele bladeren die de stoep bedekken lijken te gloeien. Ik voel de warmte door het glas. Dan valt mijn oog op het grasveldje tegenover mijn huis...
Twee kinderen zijn bij de schommel. Het meisje zit erop. Ze zal een jaar of zes zijn denk ik. Haar donkeren haren wapperen achter haar aan, terwijl de jongen haar uit alle macht duwt. Hun gegil van plezier vult de hele straat. Ik kan een glimlach niet tegenhouden. Het wordt een mooie dag vandaag.

-----
Geplaatst op www.ikvertel.nl op 5 november 2009. Half februari 2010 de 4e plaats behaald bij de ikvertel.nl Schrijversprijs van kwartaal 4! Gewonnen: Een oorkonde :)

0 meningen. Geef ook je mening!:

Een reactie plaatsen

Opbouwende kritiek en tips zijn altijd welkom!